16 augustus 2010
Een uitgebreide mailreactie kreeg ik van Ingrid Stalman. Zij woont met haar man sinds april 2009 in de provincie Manitoba. Zij hebben het visum verkregen op basis van een tijdelijke werkvergunning door een werkaanbod van een boer. Zij mailt “Wij hadden diverse verhalen gehoord van mensen die tijdens hun verblijf nog in Nederland de permanente visumaanvraag starten. Je zet je leven in de wacht tijdens zo’n proces. Wij wilden dat bewust niet. Onze gedachte was dat we tot het moment dat we daadwerkelijk een permanent visa zouden krijgen, we beter onze energie konden steken in het wennen en aarden in Canada en de tijd gebruiken om uit te vogelen waar we ons willen settelen. Ik ben heel blij dat we ons emigratieproces op deze manier hebben ingestoken.”
Hiermee geeft ze meteen al een belangrijke essentie aan: ga je voor een tijdelijk visum met een korte doorlooptijd of ga je voor een permanent visum met minimaal 1 tot 2 jaar doorlooptijd van de aanvraag.
Veel mensen ervaren het risico om op tijdelijke basis te vertrekken als te groot. Wie verzekert hen dat ze mogen blijven? Wat als de werkvergunning niet wordt verlengd of niet bevalt? Vooral gezinnen met een eigen woning en kinderen wagen dit niet. Zij kiezen voor meer zekerheid. Soms is het vertrekken op tijdelijke basis de enige manier om voor een visum in aanmerking te komen en dan heb je geen keus. We zien dat als mensen wel die keuze hebben dat hun voorkeur uitgaat naar een permanent visum. Ze nemen dan de langere doorlooptijd op de koop toe. Achteraf wordt vaak wel aangegeven dat ze dit wachten op het visum het moeilijkste vonden in het hele proces. Of zoals Ingrid het noemt “Je zet je leven in de wacht”. Toch wordt er door emigranten ook aangegeven dat dit lange wachten goed was voor de emigratievoorbereiding en het afscheidsproces.
Ingrid en haar man maakten gebruik van een open werkvergunning en startten, eenmaal in Canada, met een Skilled Worker-aanvraag in het Manitoba Provincial Nominee Program (zie visumroute). “Vorig jaar december is de PNP-aanvraag ingediend. In maart van dit jaar hadden we de nominatie binnen en werd er een nieuwe werkvergunning geregeld. Mijn man kreeg een gesloten werkvergunning (aangezien de nominatie op zijn naam staat) en ik kreeg wederom een open werkvergunning. Inmiddels is de federale aanvraag voor Permanent Resident Visa ingestuurd en wachten we op positieve bericht vanuit Buffalo (NY). In de tussentijd zijn we ook verhuisd en werken we bij een andere boer. Zonder problemen konden we de werkvergunning van mijn man vernieuwen.”
Wat betreft werk vinden, vertelt Ingrid “Mijn man is helemaal wild van ‘dairy’ vandaar dat we op een boerderij werken en wonen. Ik zou graag wat anders willen doen, maar ik kwam er al gauw achter dat je kruiwagens nodig hebt om hier binnen te komen. Ik heb allerlei soorten brieven geschreven, op diverse functies gesolliciteerd, maar ze sturen je niet eens een reactie terug. Pas als je hier wat langer woont en meer mensen leert kennen, ontstaan de kruiwagens.”
Tot slot kan Ingrid iedereen Manitoba aanraden: “Ik denk dat Manitoba toch een hele andere provincie is dan Alberta en Ontario. En dan bedoel ik niet alleen financieel. De cultuur hier is anders. Alberta en Ontario zijn veel meer westers. Ook hier is de gastvrijheid enorm. En de kerk speelt een belangrijke sociale rol. Koffiedrinken na de dienst, uitgenodigd worden voor de lunch etc.” U bent uitgenodigd om haar blog te volgen: http://famstalman.wordpress.com.
19 juli 2010
Inmiddels hebben alle interviews plaatsgevonden, 3 telefonisch en 17 persoonlijk. Ik krijg reacties van emigranten die ook een mooi emigratieverhaal hebben en die dat graag voor het boek willen vertellen. Ik denk dat het daarom goed is om hier de uitgangspunten van het boek weer te geven:
- de emigranten zijn ondernemer (gebleven of geworden) in Canada;
- de emigratie heeft de afgelopen 7 jaar plaatsgevonden;
- de emigranten zijn op basis van allerlei type visa Canada binnengekomen;
- de geïnterviewden wonen verspreid over Canada;
- een zo groot mogelijke diversiteit aan bedrijven.
Een criterium voor me zelf was dat ik de mensen die ik heb geïnterviewd zelf heb begeleid met de visumaanvraag. Enerzijds weet je dan iets meer over het traject dat is doorlopen, maar anderzijds is de nieuwsgierigheid naar hoe het ‘mijn’ mensen is vergaan groter dan bij andere emigranten. Dit komt naar mijn idee het verhaal ten goede.
Er zijn meer keuzes gemaakt of moeten nog gemaakt worden. In het boek zullen verhalen zitten uit de provincies British Columbia, Alberta, Saskatchewan, Ontario en Nova Scotia. Niet dat de andere provincies niet interessant zijn of dat daar geen ex-klanten van Buysse Immigration zitten, maar die keuze heeft weer met andere van de hierboven genoemde uitgangspunten te maken. Er zullen 15 tot 17 verhalen in het boek worden opgenomen, dus van de 20 geïnterviewde verhalen zullen een aantal afvallen.
De interviews zijn grofweg uitgewerkt en ik ben nu bezig met het herschrijven van ieder interview tot een verhaal. Dat betekent ook afwegingen maken. Meerdere emigranten zeggen dezelfde dingen: laat ik het staan met straks herhaling bij het lezen van het boek, zet ik alle dubbele zaken in de inleiding van het boek of laat ik het bij de een staan en haal ik het bij de ander weg. Bij een aantal verhalen zijn we al bezig met het verzamelen van de bijbehorende foto’s. Alles bij elkaar een intensief en mooi proces.
Het is zomer en ook al werk ik ondertussen rustig door aan het boek, toch heb ik besloten om dit weblog even stil te leggen tot half augustus. Zie u als lezer dan graag terug en wens u voor nu een mooie zomer.
12 juli 2010
Bij een aantal gesprekken met emigranten in British Columbia kwam de oorspronkelijke bevolking ter sprake: de First Nations zoals ze in Canada worden genoemd. Ongeveer 4,5% van de Canadese bevolking wordt hiertoe gerekend. De ene emigrant ziet het als een stukje historie, de andere begrijpt niet dat ze er zo’n rommeltje van maken en weer een andere emigrant ervoer zelf het sociale isolement.
“In de directe omgeving van Courtenay, in de Comox Valley, is iets van de geschiedenis van het eiland terug te vinden. Van de eerste bevolkingsgroep, die 15.000 jaar geleden via de Beringstraat uit Azië zich in Canada vestigden, wonen op Vancouver Island nakomelingen. Door overlevering is veel bewaard gebleven hoe deze bevolkingsgroepen woonden en leefden. Op Vancouver Island wonen er drie hoofdgroepen, hoofdzakelijk in reservaten”, beschreef een emigrant. Hoe die reservaten eruit kunnen zien, maakte ik zelf mee tijdens de reis.
Ik waande me in het hof van Eden toen we richting Greater Victoria reden. De natuur was een aaneenschakeling van veel groen en oorspronkelijke boomsoorten, die in het bergachtige landschap geen moment vervelen. Al snel kwamen we door een Indianenreservaat en mijn emigrant vertelde: “Zonder dat het aangegeven staat, is het duidelijk dat er hier op een andere manier wordt geleefd. Deze afstammelingen van de oorspronkelijke bewoners houden er andere waarden en normen op na om hun alledaagse gang van zaken te organiseren. Zodra je buiten het reservaat komt, ziet alles er weer keurig uit. De indianen willen een soort status aparte creëren. Ze zijn uiteindelijk de eerste bewoners en dat gevoel weten ze op federaal niveau om te zetten in materieel voordeel. Zo hoeven ze geen belasting te betalen en hebben ze automatisch recht op een uitkering van CAD 180 per persoon per maand. Verder hebben ze eigen scholen en draagt de gezinsgrootte meer dan evenredig bij aan de bevolkingsgroei. Met totempalen geven ze uiting aan hun groepsgevoel. Je kan er op Vancouver Island niet omheen. Alleen als je in de stad Victoria komt, krijgen de totempalen concurrentie van de Chinese Dragons, de invloed van de Aziatische immigrant.”
Een andere emigrant ontmoette ik in zijn inmiddels tweede motel in Nelson. Hun eerste motel lag in Hazelton. “Hazelton was een in zekere zin een cultuurschok. Er wonen slechts 6.000 mensen waarvan 4.000 Indianen. De dominante positie van de Indianen bepalen de leefsfeer in en rondom Hazelton. Zij hebben de staat Canada nooit erkend en het concept eigendom kennen de Indianen niet. Alles is bij wijze van spreken van iedereen. Daar zit de basis van de gespannen verhouding tussen de overheid en de Indianen. Ze claimen rechten en krijgen daardoor een hoop zaken voor elkaar, zoals gratis huisvesting en onderwijs. Ze kennen hun eigen sociale structuur waarbij de ‘Chief Indian’ alles voor het zeggen heeft. Ook al zou je als Indiaan een andere weg willen inslaan, dan nog wordt dat veelal door de groep niet getolereerd. Ondernemerszin en discipline zijn minder ontwikkeld. Het is een aparte gemeenschap waar je als Canadees, en zeker als nieuwkomer niet tussenkomt. Een sociaal leven opbouwen als nieuwkomer tussen deze mensen is niet gemakkelijk. Zeker omdat de Indianen je eigenlijk gewoon niet in hun gemeenschap willen hebben.”
De First Nations (+ 550.000) verspreidden zich over Canada en ontwikkelden zo’n 600 stammen verdeeld over 52 volkeren met eigen talen, gebruiken en wetten. De helft hiervan woont in de ruim 2400 reservaten. Ze worden liever geen Indianen genoemd. Twee bekende van deze ‘oude’ bevolkingsgroepen zijn de Inuits en de Métis. Ondanks dat Canada de multiculturele principes hoog heeft, blijft de wijze van behandeling van de First Nations een gevoelig onderwerp, dat je niet moet aanstippen.
5 juli 2010
Een steeds weer teugkomend onderwerp in alle interviews is de manier waarop Canadezen met elkaar omgaan: beleefd, respectvol en goed gemanierd. Bijna elke vraag eindigt met ‘please’ en als je antwoord hebt gekregen, zeg je altijd ‘Thank you’, waarop de ander dan weer automatisch antwoordt met ‘You’re welcome’. Wij verwachten altijd vanuit onze cultuur een eerlijk antwoord, maar de Canadees is niet zo rechtstreeks en vooral niet als ze het oneens met je zijn of als ze het antwoord niet willen geven. Dus je weet bij indirecte antwoorden bijna altijd dat ze iets anders denken. De Canadees is best open, ook over privézaken, maar wacht op het moment dat hij het zelf aangeeft. Als dat gebeurt, is er vertrouwen en mag je doorvragen.
Als wij iets te klagen hebben of ons ergens aan irriteren, maken we dat meestal kenbaar. Een Canadees zal dat nooit doen, die blijft gewoon weg. Dus als je als nieuwkomer een beleefdheidsfout maakt, kom je daar niet achter, omdat zij het niet zullen aangeven. Merk je het toch, mogelijk door non-verbaal gedrag van de Canadees, biedt dan direct je verontschuldigingen aan en ze vergeven het je meteen.
De Canadees heeft in eerste instantie geen uitgesproken mening. Ze luisteren vooral eerst en geven dan op bescheiden wijze hun zienswijze vaak in combinatie met een slappe grap. Klinkt wat negatief, maar ook hier is onze Nederlandse humor scherper en met meer zelfspot. Bij een discussie ventileert ieder zijn eigen mening en daar blijft het dan ook bij. Je hoeft niet tot één mening te komen. Dus als Europeaan moeten wij vooral niet doordrammen om tot één standpunt te komen. Transparantie, collegialiteit en samenwerken zijn belangrijk in de werksituatie. Het lijkt egalitair, maar er ligt wel een duidelijke hiërarchie aan ten grondslag. Het gezag wordt gerespecteerd. Deze houding komt ook weer voort uit de bescheiden, dienende manier waarop de Canadees zich presenteert. Ondanks het grote verloop en ons gevoel dat de Canadese werknemer geen verantwoordelijkheid neemt, zijn de Canadezen zelf tevreden met hun werk en trots op wat ze bereiken. Door het beperkte aantal vakantiedagen, proberen Canadezen altijd een goede balans te vinden tussen werk en privé. Dat blijkt hun aardig te lukken. Wat ik bij emigranten zie, is dat ze vooral in de begintijd keihard werken, maar na een aantal jaren ook deze balans weten te vinden. Juist omdat een steeds terugkerende vraag “Waarom ben ik naar Canada gekomen?”, blijft. Door het antwoord hierop weet ook de emigrant gaandeweg zich aan de Canadese lifestyle over te geven.
1 juli 2010
1 juli is in Canada een officiële feestdag en dus vrije dag. Kantoren, overheidsinstanties, banken en scholen zijn gesloten. Deze dag wordt gevierd omdat Canada in 1867 op deze datum onafhankelijk werd van Engeland. Pas sinds 1985 wordt Canada Day uitgebreid gevierd. In elke provincie worden lokale festiviteiten georganiseerd, zoals openluchtconcerten, parades en vuurwerkspektakels. Het volkslied zal menig keer klinken:
O Canada! O Canada!
Our home and Native land! We stand on guard
True patriot love in all For thee.
Thy sons command. God keep our land
With glowing hearts Glorious and free!
We see thee rise, O Canada, we stand
The True North On guard for thee.
Strong and free! O Canada, we stand
From far and wide, On guard for thee.
30 juni 2010
Ik kan het niet laten om ook op deze website melding te maken dat de Canadese immigratiedienst per 26 juni j.l. zowel de regels als de procedure voor de categorie Skilled Workers heeft gewijzigd. In dit persbericht http://tiny.cc/kwchj wordt daar melding van gemaakt. De nieuwe beroepenlijst ziet er als volgt uit http://tiny.cc/jkyu7. De procedurewijziging houdt in dat uw hele dossier in één keer naar de post in Sydney, Canada moet worden gestuurd. Deze immigratiepost stuurt uw visumaanvraag na een eerste beoordeling door naar Berlijn (NL) of Parijs (BE).
28 juni 2010
In Canada is het principe van ‘geven en krijgen’ sterk ontwikkeld en dit heeft net een andere lading dan ‘geven en nemen’. Het zit diep in de cultuur en wordt al jong aangeleerd. Een vorm van dienstbaarheid, het wat voor elkaar over hebben. Zo is Canada ook een land van fundraising. Er zijn veel goede doelen waar je geld aan kan geven, omdat de overheid er zelf geen geld voor uittrekt. Enerzijds is de belastingdruk laag, anderzijds wordt er indirect toch een beroep op de burger gedaan en op giften gerekend. Een ondernemer: “Ook als bedrijf wordt je talloze malen per jaar benaderd om hier aan mee te doen. Hier direct ‘nee’ tegen zeggen, is een belediging. Wel is het slim om voor je bedrijf richtlijnen vast te stellen om de verzoeken tot donaties te beoordelen. Uiteindelijk is het goed om te doneren en bouw je er goodwill mee op. Het is op die manier een onderdeel van je marketing.”
24 juni 2010
Integreren, ofwel aanpassen is wat emigranten adviseren. Die houding en flexibiliteit zorgen er voor dat de Canadees emigranten met allerlei achtergronden accepteert. Deze tekst uit een recente mail onderstreept dat nog eens: “We komen hier al aardig in de WK-sfeer. Veel mensen rijden rond met vlaggetjes van het land van herkomst op hun auto. De Nederlanders doen aardig mee en het geeft een leuke sfeer van verschillende culturele uitingen.”
Een emigrant verwoordde zijn uitgangspunt in het integratieproces als volgt: “Een van onze uitgangspunten is en was om niet meteen aansluiting met Nederlanders te zoeken. Er wonen wel veel Nederlanders in Canada, maar niet in deze omgeving. We proberen zoveel mogelijk de contacten met Canadezen te onderhouden. Deze zeggen dat we geen echte Nederlanders zijn. Die zijn in hun ogen te opdringerig. Wij stellen ons enigszins bescheiden op en proberen eerst uit te vinden wat Canadezen belangrijk vinden. Uiteindelijk ben je gast en zo hoor je je ook te gedragen. Die opstelling breekt het ijs en dan willen ze ook echt meer van je weten. En bescheiden moet je niet verwarren met afwachtend, want zelf initiatief nemen is juist goed.”
Je merkt aan alles dat Canada een emigrantenland is. Een voorbeeld van hoe een aanpassing kan lopen: “De eerste avond in onze huurwoning werden we meteen uitgenodigd door de Canadese buren voor een maaltijd. Intussen zijn deze mensen de ‘reserve’-opa en -oma voor onze kinderen. Dat is gewoon fantastisch. Hetzelfde voltrok zich toen we op de boerderij kwamen wonen met, naar bleek, Nederlandse buren, die zich deze Canadese gewoonte eigen hadden gemaakt. Nu is het aan ons.”
In hun appartement op Yorkville Street, downtown Toronto, ontmoet ik de van oorsprong Marokkaanse Said en zijn Nederlandse vrouw Karin. Voor Said was het vertrek naar Canada zijn tweede emigratie en een, voor zijn gevoel, veel positievere verhuizing. “Terugkijkend naar Nederland was het lastig om daar een verblijfsvergunning te krijgen. Ik heb de eerste 6 jaar na aankomst in Nederland (vanaf 1997) als zwaar ervaren. Bij het vinden van werk kom je er als nieuwkomer niet gemakkelijk tussen. In Nederland staat het oordeel al vast voordat je een kans hebt gekregen. Je blijft een buitenlander. Met name de media speelt een negatieve rol in de beeldvorming over Marokkanen en daar doen de politici nog een schep bovenop. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik echt welkom was. In Canada is je afkomst niet van belang. Mensen kijken veel meer naar wat je doet en vellen geen oordeel voordat ze je kennen. Je bent allemaal onder dezelfde immigratiewetgeving binnengekomen. Jaarlijks zijn er evenementen waarbij prestaties van immigranten door de politici met een ‘award’ worden beloond. Ik voel me hier welkom, ik voel hier het geluk”, aldus Said. Hij vond zijn draai als ICT-ondernemer en heeft zijn business zowel in Canada als daarbuiten flink uitgebouwd. Ook hieruit blijkt weer dat Canada een land van en voor emigranten is.
19 juni 2010
De overgang naar de Canadese scholen verloopt veelal zonder grote problemen, vooral als het om de basisschoolleeftijd gaat. Jongere kinderen vinden het allemaal wel spannend, missen vriendjes en vriendinnetjes in het begin, maar staan er meer onbevangen in dan de middelbare scholieren. Ook al kunnen zij vaker al beter Engels, toch is er meer schroom om dingen fout te doen. Groot struikelblok zijn vaak de Engelse vaktermen, zoals de terminologie bij wiskunde en biologie. Ook is er een volledige achterstand met betrekking tot de kennis over de geschiedenis van Canada, die wel verondersteld wordt.
Een familie kreeg wel een heel bijzonder welkom op school: “Wij als ouders mochten mee de klas in om ons verhaal vertellen over wie we waren en wat we kwamen doen. In het Nederlands! Daarmee wilde de lerares duidelijk maken aan de kinderen hoe onze kinderen zich voelden in de nieuwe omgeving waarvan ze de taal niet begrepen. De boodschap was helder. Onze kinderen hadden binnen de kortste keren vriendjes en daardoor maakten zij zich de Engelse taal ook weer snel eigen.” Op de meeste scholen wordt ESL (English as a Second Language) aangeboden, Engels specifiek gericht op nieuwe emigranten.
Kinderen worden ’s ochtends met de schoolbus opgehaald en ’s middags weer thuisgebracht. Zolang kinderen naar school gaan, kunnen ze hiervan gebruik maken. De scholieren van 16 jaar en ouder geven er de voorkeur aan zo snel mogelijk het rijbewijs te halen om met de auto naar school, afspraken en bijbaantjes te gaan.
Binnen het Canadese onderwijssysteem, zeker in het primair onderwijs, wordt veel minder leerstof aangereikt dan in Nederland/België. Anderzijds worden de kinderen wel op hun toekomst voorbereid. Er wordt veel gezamenlijk aan opdrachten gewerkt en ook wordt aandacht besteed aan de sociale aspecten van het leven en de problemen die men kent. Dat maakt de kinderen vroeg levenswijs en zelfstandig. Je ziet dan ook dat kinderen al op zeer jonge leeftijd het huis verlaten. De eigen verantwoording nemen, wordt er al vroeg ingepompt. Je moet goed op jezelf kunnen zijn. Dat was al eigen aan de pioniers en is onderdeel van de Canadese cultuur geworden.
15 juni 2010
Een weblog bijhouden is niet eenvoudig, vooral niet als je weer in het dossierritme van elke dag zit. Er moeten ook weer nieuwe visa naar Canada worden verzorgd. Mensen vragen steeds aan me hoe ik de reis ervaren heb en dan overvalt me telkens weer een gevoel van trots. Trots op ‘mijn’ emigranten die ieder op eigen wijze hun draai hebben gevonden na een toch niet eenvoudig emigratieproces. Ik gun ze dat van harte en in Canada hebben ze daar een mooie uitdrukking voor: “Good for you”. De Canadees gaat uit van het goede in de mens en ervaart het als normaal als je voor het beste gaat.
Een van de emigranten had het plan een eigen bedrijf te starten, maar is eerst in loondienst gegaan als bouwvakker. In Nederland was hij sales manager met de leiding over 25 personeelsleden. Ondertussen ontwikkelde hij samen met een neef plannen en deden ze marktonderzoek om een pannenkoekenrestaurant te starten. “Na maanden kwamen we tot de conclusie dat er te weinig markt voor was en na enig zelfonderzoek vonden we onszelf ook geen horecamensen. Om na zoveel tijd afscheid te nemen van een idee, zou in Nederland als een steen op je maag wegen. Hier in Canada niet. Het gevoel van vrijheid, waarvoor ik naar Canada kwam, ervoer ik opnieuw en dat was enorm. Deze ervaring bevestigde dat ik de juiste keuze had gemaakt. Ik was op een relaxte manier aan het werk en nam de tijd voor volgende stappen, want ik wilde wel verder.” Op dit moment is hij één van de franchisenemers van een goedlopende ‘Your dollarstore with more’, een winkelketen met een grote diversiteit aan discount producten met de ruimte voor een eigen assortiment per vestiging.
Een ander stel vertrok met de gedachte om op termijn een eigen Bed & Breakfast te starten, maar wilde eerst een jaar voor een baas werken. Op die manier leerden ze het land en de mensen beter kennen. Ze startten samen als managers van een motel, zagen bij anderen wat het runnen van een B&B behelsde en zagen er van af. Een tweede plan om een camping te starten, werd het ook niet: te hoge investeringen en een te kort seizoen. Het idee ontstond om een eigen motel te starten. “We begrepen vrij snel hoe er gewerkt moest worden. Een motel op eigen naam zou meer uitdaging bieden en ook meer verdiensten. Belangrijk is dat je goed kunt rekenen. Wij verdienden in loondienst net iets boven het minimumloon. Ingeval we zelf zouden investeren, konden we hier ver boven komen. Geen van beiden hebben we een bedrijfseconomische achtergrond, maar we ontdekten wel dat we ondernemerskwaliteiten hadden. De stap van werknemer naar ondernemer was uiteindelijk niet zo groot.” Samen runnen ze nu alweer hun tweede motel, weer net iets mooier gelegen en groter dan het eerste motel waarmee ze startten.